zondag 28 februari 2016

Sjamanen

Sjamanen


De oude sjamanen zongen hun liederen, ze dansten hun dans.
Alles ging in een cirkel, alles was rond.
De liederen werden vier keer gezongen. De dans was een heilige dans en alles dat leefde danste mee. De sjamanen , de oude tovenaars waren verbonden met de bovenwereld en de onderwereld, het goddelijke maar ook het dierlijke en het plantaardige.
Hun liederen hebben de wortels van de wereldboom, de zonnedansboom en de levensboom gevoed. De klank van hun trommels weerklinkt in de hartslag van de vogels, beren en olifanten. Het eerste ritme, de eerste sjamanen drum was een geschenk van de schildpad, de arend en de walvis. Zij hebben het meest heilige van hun wezen, hun hartslag aan de oude tovenaars gegeven. Opdat hun liederen de hemelen zouden bewegen en het leven op aarde paradijslijk zou zijn.

Waarom luisteren we niet meer naar de fluisteringen van de wind, de hartslag van de aarde, de drum van de sjamaan? Hoe komt het dat we dwalend zijn, soms zelfs verloren, los geraakt van onze oorspronkelijkheid, van de liefde en hetgeen dat alles verbind?

Het kan niet anders dan een duistere kracht zijn of is het alleen onze blindheid dat we niet kunnen zien? Is het onze doofheid dat we niet kunnen horen onze domheid dat we niet meer weten wie we zijn? Zijn we met stomheid geslagen!?!

De sjamaan zingt zijn lied en de geest van lang geleden wordt weer geboren in het hart in de ziel van de mens. Geen woorden zijn er nodig, enkel klanken en wanneer de klanken wegsterven is er vrede, harmonie met al dat is.

De cirkel is weer rond. De dans wordt gedanst, de liederen gezongen. Harten bonzen, zingen, barsten open in een glorie ongekend. De liefde keert terug in de harten van de mensen, wonden geheeld.

De sjamaan is een tovenaar, een raaf, een arend, een luipaard een bizon. De sjamaan verandert zijn uiterlijk ieder moment. Hij is in de bomen, de stenen, de planten en in het water. Hij is één met de adem van God. Het is de adem van God, zijn lied, zijn stem, zijn woorden die helder klinken, weerklinken en altijd worden gehoord.

De sjamaan is het middelpunt dat altijd verdwijnt. Het middelpunt dat telkens elders is en toch altijd hier en nu. Het is ik die spreekt en ik die luistert. Het is niet langer ik. Het ik verdwijnt is verdwenen,  is nooit geweest.

Het is niet langer nodig er woorden aan  te geven. De woordenvloed mag altijd blijven stromen. Het is een waterval, een klare rivier. Het is het leven zelf dat eeuwig vloeit.


Philip ‘Aswind van der Zee, Alphen aan den Rijn, 26-02-’16